Recap: Ars Electronica Festival 2019

The Midlife Crisis of the Digital Revolution

Afgelopen week was ik, samen met studiegenoten en docenten van de HKU naar het Ars Electronica Festival in Linz, Oostenrijk.

Ars Electronica is een van de grootste festivals voor elektronische en digitale kunst, muziek, creativiteit en innovatie. Verspreid over ruim 15 locaties in de stad stonden meer dan 500 werken en projecten, performances en lezingen met als centraal thema: The Midlife Crisis of the Digital revolution.

Wat ze hiermee bedoelen? De droom van technologie die het leven beter maakt en voor iedereen toegankelijk is veranderd steeds meer naar een wereld waar we misschien wel helemaal niet op zitten te wachten met ethische vraagstukken over privacy, kunstmatige intelligentie en welzijn. Gedurende het festival staan er honderden kunstenaars en onderzoekers met werken die dit thema bevragen of hun visie er op geven.

Naar mijn idee waren bijna alle projecten die ik heb gezien onder te verdelen in vijf verschillende thema’s:

inzicht in ongrijpbare informatie – veel werken die ik heb gezien namen als bron informatie die oninteressant lijkt of lastig te interpreteren is om deze op manieren te laten zien die je weten te raken of je inzichten en verbanden laten leggen die je eerder niet had gezien.

groepen en natuurlijk gedrag – het gedrag van zowel mensen als in de natuur bestuderen, tonen en emuleren om zo inzicht te geven.

AI, menselijkheid en de ethiek daarvan – AI (of liever gezegd, machine learning) brengst een heleboel vraagstukken met zich mee. Wat laat je een computer wel of niet doen, kan een AI vooroordelen overnemen van zijn maker en welke waarde hechten we aan een technologie die door het grootste deel van de samenleving niet begrepen wordt?

Het spectrum tussen digitaal en fysiek – Een aantal projecten speelde met het spectrum tussen de fysieke wereld en de digitale wereld. Wat gebeurt er als de virtuele wereld de ‘echte’ wereld binnendringt en welk samenspel ontstaat hiertussen?

Auteurschap – wie is de maker bij projecten waarbij computerprogramma’s delen genereren of waarbij je afhankelijk bent van processen die je zelf niet altijd in de hand hebt?

Voordat ik naar het festival ging was de connectie tussen nieuwe technologie en kunst voor mij iets dat nooit echt heel belangrijk leek. Wat mij duidelijk werd is hoe belangrijk kunst eigenlijk is voor de technologie sector. Aan de ene kant test je de technologische kant tot de grens van zijn mogelijkheden en met praktische projecten test je de mogelijkheden het beste. Aan de andere kant stelt kunst nu al ethische vragen over het gebruik van nieuwe technologieën – die beter beantwoord kunnen worden voordat deze massaal commercieel ingezet worden.

Wat mij wel opviel in alle werken die ik in Linz zag was de toegankelijkheid ervan, of liever gezegd, het gebrek eraan. Het is vrij duidelijk dat met de meeste projecten de hogere kunst wordt geambieerd maar vervolgens is de publieksbegeleiding en beleving hier niet op ingericht.  Veel werken zijn onbegrijpbaar  zonder alle bordjes te lezen of de maker te spreken. Jammer, want het verhaal achter veel werken is juist heel spannend. Verder waren veel werken heel esthetisch en was de gebruikte technologie vaak zichtbaar – zoals te verwachten bij een elektronische kunst festival wordt technologie gevierd. Vaak had het verhaal hier wel onder te leiden, de inhoud was ondergeschikt aan een mooi beeld. Dat voelt voor mij tegenstrijdig: als je met je werk iets wilt bevragen moet dat toch wel zichtbaar zijn en relevant voelen voor het publiek?

© 2021 Diede Tap | Privacy en Disclaimer